Vandaag heeft de Rabobank samen met PGGM een vergunning voor een premiepensioeninstelling (PPI) aangevraagd. Doelgroep is het midden en kleinbedrijf en het produkt heet “Rabo Bedrijven Pensioen”. Deze vergunning volgt op vergunningen van BeFrank, Robeco, de Goudse, Brand New Day, Aegon en een aantal andere partijen.

Of de markt groot genoeg is voor zoveel PPI’s is nog maar de vraag. Een belangrijk kenmerk van de PPI is de relatief lage kostenstructuur en daarmee ook de winstbron. Pas bij voldoende schaal (meer dan 10.000 deelnemers?) is een PPI rendabel. Ik ben dan ook erg benieuwd wie van de partijen dit gaat halen. Wellicht zijn er partijen die voortijdig de handdoek in de ring moeten gooien. Het voordeel van de Rabobank is natuurlijk het eigen distributie netwerk van banken. Veel andere PPI’s werken met pensioenadviseurs waar ze minder grip op hebben.

Aangezien de markt van bedrijven die niet onder een bedrijfstak-, beroeps- of ondernemings-pensioenfonds vallen, volledig in handen van de verzekeraars is, dienen de deelnemers uit bestaande verzekeringscontracten te komen.

Verzekeraars concurreren steeds meer op prijs met pensioenregelingen. De marge is daar dus ook lager aan het worden.

De verzekeraars hebben uiteraard een imago probleem wat in het voordeel van de PPI is. Uiteindelijk zal de de werkgever en de deelnemer de winnaar zijn. Ze betalen steeds minder aan uitvoeringskosten. En dat is een goede zaak!

Is een PPI nu per definitie een betere keus? Dat hangt volledig af van de aard van de pensioenregeling ( zijn er bijvoorbeeld garanties gewenst), de risico’s in de uitvoering en de samenstelling van het deelnemersbestand. Er zitten immers (actuariële) verschillen tussen de producten van een verzekeraar of een PPI. Laat u daarom goed adviseren

Share
This