Voor veel werknemers en werkgevers is de in het verleden afgesloten beschikbare premie regeling een kleine ramp geworden. Hoe komt dat nu?

 

Allereerst was er het probleem van de kostenstructuren. Veel pensioenregelingen zijn zogenaamde “semi-collectieve” regelingen. Bij een dergelijke regeling worden individuele contracten voor werknemers voorzien van een “collectief jasje”. Het nadeel is dat de kostenstructuur erg hoog is. De kosten van de verzekeraar en de adviseur, worden verdisconteerd een afslag op de jaarlijkse premie. Over een premie van € 1.000,- kan in dergelijke contracten bijvoorbeeld bijna 40% aan kosten worden ingehouden. Hierbij komen dan nog de werkelijke kosten voor verzekeringen als het partner- en wezenpensioen. Hierdoor blijft er een relatief gering percentage over voor de opbouw van het ouderdomspensioen. Ook werden forse premies gerekend voor het verzekeren van overlijdensrisico of arbeidsongeschiktheid.

Een ander probleem was de beleggingsvrijheid en de kosten van beleggingen binnen een premieregeling. De mogelijkheid om zelf de beleggingen in te kunnen richten was een hot item bij het afsluiten van contract. De deelnemer moest immers zelf bepalen wat te doen met de premies.



Echter uit verschillende onderzoeken komt naar voren dat de particuliere belegger erg slecht presteert ten opzichte van professionals of ten opzichte van de benchmark. Dit was niet anders voor de deelnemers binnen een premieregeling. Het gevolg? Verkeerde keuzes, geen zicht in het werkelijke risico en nadat een keuze eenmaal was gemaakt, keek de werknemer er nooit meer naar om.

Met de introductie van de Pensioenwet is hier verandering in gekomen. Deelnemers kunnen nog steeds zelf de beleggingen inrichten, de uitvoerder is echter verplicht om de deelnemer te informeren over de risico’s van de opgestelde verdeling binnen de portefeuille. Ik vraag me af of het überhaupt verstandig is om deelnemers een beleggingsvrijheid te geven. Ze moeten immers tegen de eigen “emoties” worden beschermd. De introductie van het “life cycle beleggen” zorgt al voor een aanzienlijke verbetering van de risico’s. Bij dit systeem worden de beleggingen door de uitvoerder verzorgd en wordt naarmate de pensioendatum nadert, een steeds veiliger belegging gekozen.

In de oude contracten werd ook weinig aandacht besteed aan de invloed van de Total Expense Ratio (TER) van de beleggingsfondsen in relatie tot de prestaties van het fonds. Bijna zonder uitzondering waren het slecht presterende, vaak actieve fondsen, met een zeer hoge TER. Een 1% lagere TER zal bij gelijke beursbewegingen, een 20% hoger pensioen opleveren…..


Share
This